Adri "Jos" Suykerbuyk (20 april 1929 in Bergen op Zoom) reed twee keer de Tour de France. In 1953 maakte hij zijn debuut, nadat hij in de Giro zijn waarde voor de ploeg had bewezen. Kees Pellenaars selecteerde hem daarop ook voor de Tour, waarin hij veel knechtenwerk moest opknappen voor de
kopmannen Van Est, Wagtmans en Voorting. Suykerbuyk viel met z'n neus in de boter, want de Nederlandse ploeg reed dat jaar erg sterk en dus werd er ook veel geld verdiend. Voor de Brabander was er geen persoonlijke eer te behalen in de Tour en daarom was hij ook zo blij met de winst in het
ploegenklassement. Het team werd daarvoor in eigen land uitbundig gehuldigd. Hij kreeg een gouden Pontiac-horloge, dat hij nog steeds met trots draagt.
In 1954 werd Suykerbuyk opnieuw geselecteerd. "De Witte Suikere" kende z'n taak en verzette opnieuw bergen werk. In de vijfde rit kwam hij te laat binnen, maar de jury streek over het hart, zodat hij de volgende dag weer aan de start mocht verschijnen. In de afdaling van de Galibier kwam
Suykerbuyk ten val en het einde van de Tour leek nabij. Maar de Brabander gaf niet op en knokte verder. Op de voorlaatste dag kwam er onverwacht toch nog een voortijdig einde aan het Tour-avontuur. Op weg naar Troyes gaf Pellenaars een etenszakje ietwat ongelukkig aan. Het zakje sloeg in het
voorwiel, waardoor Suykerbuyk over de kop ging en met een gebroken sleutelbeen alsnog huilend de strijd moest staken. Het was tevens het definitieve afscheid van de Tour, want in de volgende jaren had Pellenaars hem niet meer nodig. Adri Suykerbuyk was acht seizoenen beroepsrenner en hij won in die periode vier koersen.